Het fokken en houden van zijdehoenkrielen

Voorwoord

Regelmatig krijg ik de vraag van nieuwe leden die bij mij kippen kopen of er specifieke informatie is over de fok en verzorging van zijdehoenkrielen. Helaas moet ik bekennen dat er weinig specifieke informatie over zijdehoenkrielen is. Natuurlijk hebben we het boekje van Dhr. Ringnalda “Zijdehoenders en zijdehoenkriel of de kippen met haren”. Naar dit boekwerk verwijs ik dan ook altijd. Vooral de oorsprong en de erfelijksheidsleer worden hier zeer goed besproken. Verder zijn er ook algemene boeken over de fok van kippen en krielen. In mijn artikel wil ik ingaan op de aanschaf, huisvesting, verzorging, conditionering, tentoonstelling, en fok van zijdehoenkrielen.

Ik schrijf dit artikel puur op basis van mijn ervaringen die ik de afgelopen jaren heb opgedaan.

Keuze zijdehoen, zijdehoenkriel en aanschaf

De keuze met welke zijdehoenders men wil gaan fokken ligt aan een aantal factoren. Dit ligt echter voor ieder persoonlijk, hou je van kleine of grote kippen, met of zonder baard en nog maar niet te spreken over de kleuren die er zijn. Twee belangrijke factoren vind ik de beschikbare ruimte en het karakter verschil tussen de grote zijdehoenders en de krielen. Het grote zijdehoen is veel gemoedelijker van karakter dan de kriel. Het grote hoen kan je veel makkelijker oppakken dan de krielen. Onderling zijn de grote zijdehoenders rustiger voor elkaar. De krielen zijn veel actiever en feller dan de grote hoenders. Daarentegen broedt de kriel beter dan het grote hoen.haantjes
Als de keuze is gemaakt dan kunt u via het bemiddelingsbureau van de Zijdehoenclub dieren aanschaffen. Het blijkt toch vaak moeilijk om aan goede krielen te komen. Ik denk dat dit komt omdat er weinig fokkers zijn en niet in alle vraag kunnen voorzien. Als voorbeeld stel ik de patrijskriel. Zelf ben ik 4 jaar geleden met de patrijs begonnen. Ik kon toen een goede haan kopen, maar aan hennen was er op dat moment niets. Bij toeval kwam ik bij mensen die zijdehoenkrielen hebben voor hun plezier en mocht bij hun 2 patrijshennen meenemen. De ene hen had een enkele kam en 5 tenen maar zeer lelijk gesteld, de andere hen aan iedere poot 4 tenen. Met dit trio heb ik toch een goede hen kunnen fokken en deze weer teruggekruist met de vader-haan. De rest van de nakomelingen was van erbarmelijke kwaliteit. Met dit verhaal wil ik ook zeggen dat als je begint met een nieuwe kleur-slag niet gelijk topdieren kunt kopen maar deze zelf moet fokken, want een fokker verkoopt natuurlijk niet zijn/haar topdieren. Voorts kan ik over de aanschaf vertellen dat de witte krielen zonder baard redelijk voorradig zijn, de patrijs moeilijker en de zwarte krielen zijn er bijna niet. De krielen met baard zijn helemaal moeilijk te verkrijgen.

De Huisvesting

Een trio kan men houden op 1 m2. In het hok hoeft geen zitstok aanwezig te zijn omdat de krielen hier weinig gebruik van maken en volgens de boeken zou het borstbeenvergroeing kunnen geven. Het gebruik van legnesten stimuleert de broedsheid van de kriel, dus is niet aan te raden.

Ik laat nooit meer dan twee hennen bij een haan, andere fokkers doen dit vaak wel, maar ik vind dit niet ideaal. Een haan heeft vaak grote voorkeur voor één hennetje en je ziet dan dat alleen deze hen bevrucht wordt en de andere hennen niet. Als men één kleurslag fokt heb je genoeg aan drie hokken om drie trio’s te huisvesten en een kuikenopfokhok. Ik huisvest mijn kippen in een schuur van 3 meter breed en 2 meter diep. In deze schuur heb ik 9 stapelhokken van 1 m2.

Als het fokseizoen is afgelopen dan gaan de hennen in een grote buitenren en de hanen gaan met drie stuks in één hok. De eerste dag vechten de hanen flink maar als uitgemaakt is wie de sterkste is, gaat het vechten over. De rest van de hokken gebruik ik als opfokhok voor de kuikens die geen warmtebron meer nodig hebben. Het voordeel van een schuur is dat het overdekt en overzichtelijk is.

Het nadeel van een schuur is dat het ontzettend stoffig is en regelmatig moet worden schoongehouden. Ik gebruik bij dit schoonmaken een oude stofzuiger die veel stof doet verdwijnen. Voor opfok voor de kuikens gebruik ik een zesdelig konijnenhok waar ik drie grote hokken van kan maken. Voor de deurtjes heb ik persplex glas gemaakt die verwijderd kunnen worden. Als warmtebron gebruik ik altijd infraroodlampen. In sommige artikelen wordt gezegd dat dit vergroeiingen van tenen kan geven, ik heb dit echter nooit waargenomen. In de hokken gebruik ik altijd zaagsel, vorig jaar heb ik het product aubiosa uitgeprobeerd. Sommige fokkers vinden dit ideaal maar ik deel deze mening niet. Aubiosa is minder stoffig maar ik vind dat bij aubosia meer uitwerpselen aan de voetbevedering blijft plakken. Dit geeft vooral bij de witte krielen verkleuring op van de voetbevedering. Elke twee weken mest ik de hokken uit. Volgens mijn mening is dit de beste methode om je krielen zo mooi en schoon mogelijk op de tentoonstelling te krijgen. Je kan goede dieren fokken maar als je deze niet goed huisvest zal je nooit de juiste waardering krijgen.

Fokken

Het fokken van krielen is niet eenvoudig. Natuurlijk hangt dit wel af van het doel wat jezelf stelt. Wanneer je fokt met je krielen om wat meer dieren in je hok te hebben, dan laat je gewoon een hennetje op ongeveer 7 eieren broeden en zal je zien dat daar na 3 weken een kloek met 5 à 6 kuikentjes loopt. Het hennetje met de kuikens moeten wel in een apart hok geplaatst worden om te voorkomen dat hokgenoten de kuikens vertrappen en pikken. Het krielzijdehoen heeft prima moeder eigenschappen. Ze broedt goed op haar eieren, leert de kuikens voer eten en houdt ze lekker warm. Let wel goed op dat de kuikens niet verstrikt raken in de haren van de kloek, de kuikens kunnen zo verstrikt raken dat ze zich verhangen. Door het uitkammen van de veren aan de onderzijde van de kloek kan dit worden voorkomen . Op de voeding kom ik later in het artikel terug.

Wat is nu niet eenvoudig? Het fokken volgens de standaard. De standaard van het zijdehoenkriel staat beschreven in de N.H.D.B.- Standaard, uitgave van de Nederlandse Bond van Hoender-, Dwerghoender-, Sier-, en Watervogelfokkers-verenigingen.
Natuurlijk interpreteerd iedereen op haar/zijn wijze de standaard maar iedereen zal zich toch aan een aantal regels moeten houden wil zij/hij goede dieren op een tentoonstelling kunnen insturen.

Om te beginnen moeten we een trio samenstellen. Het beste is om drie dieren te hebben van dezelfde kleur. De krielen zijn erkend in drie kleuren, n.l. wit, zwart en patrijs. Toch zal het soms nodig zijn om een andere kleur in te kruisen om het type te verbeteren. Bij de witte krielen is dit niet nodig omdat de kwaliteit goed is in Nederland. De witte kriel kan wel gebruikt worden om de twee andere kleurslagen te verbeteren. Bijvoorbeeld een witte haan kan gepaard worden aan een zwarte hen om de kwaliteit te verbeteren.De nakomelingen zullen wit, zwart en patrijs zijn. De witte en patrijs kleurige kunnen beter niet voor de verdere fok gebruikt worden. De zwarte nakomelingen kunnen weer terug gepaard worden aan hun zwarte moeder en andere zwarte dieren.

Om de patrijs in type te verbeteren kunnen we ook een wit dier nemen. Belangrijk om te weten is dat de patrijskleurige nakomelingen te donker van kleur zullen zijn. Deze dieren moeten dus weer aan een wat lichtere patrijs terug gekruist worden.

In de afgelopen jaren heb ik door ervaring en door te lezen geleerd dat het beter is om geen broer en zus te kruisen maar vader aan dochter en moeder aan zoon.


Dit kan een aantal generaties lang, zorg wel dat er af en toe nieuw bloed aan de stam wordt toegevoegd. Houdt er wel rekening mee dat nieuwe dieren ook weer nieuwe verborgen gebreken mee kunnen nemen.

Afwijkingen

Waar moet verder op gelet worden?
Bij de zijdehoenkrielen komen diverse afwijkingen voor. Een aantal zal ik de revue laten passeren.

1) Kamdoorns.
De zijdehoenkriel moet een z.g. walnotenkam zonder kamdoorns hebben. In een trio kan je best gebruik maken van een haan met kamdoorns maar zorg dan wel dat de hennen deze niet hebben. Kamdoorns zijn een uitsluitings fout en op de tentoonstelling krijg je dan een onvoldoende predikaat.

2) Teenstand.
Een zijdehoen hoort vijf tenen te hebben, minder dan vijf tenen komt bij iedere fokker wel eens voor, deze dieren moeten uitgesloten worden voor de fok. Andere fouten aan de tenen kunnen zijn, een extra nagel, tenen die aan elkaar vastzitten of het ontbreken van één of meer nagels. De teenstand staat beschreven in de standaard en u kunt dat hierin opzoeken. Probeer altijd de teenstand te verbeteren.

3) Vleugels.
De vleugels moeten stevig zijn. De slagpennen moeten voor tweederde gewoon vederig zijn en voor éénderde zijdevederig. Een grote fout die we soms zien is de spleetvleugel. Dit is het ontbreken van één of meer grote slagpennen of door een slechte plaatsing hiervan. De spleetvleugel komt bij de krielen niet heel veel voor. Wat wel veel voorkomt is een slechte vleugeldracht. De kriel hoort zijn vleugel horizontaal te dragen, we zien regelmatig krielen waarvan de vleugel naar beneden steekt. Probeer de vleugels zo horizontaal mogelijk te fokken. Als men twee dieren kruist met een slechte vleugeldracht zal dit altijd bij de nakomelingen ook weer openbaren.

4) Eekhoornstaart.
Bij de hanen zien we weleens een eekhoornstaart. Dit is een staart die hoger gedragen wordt dan 90°. Deze hanen moeten voor de fok worden uitgesloten. De eekhoornstaart is zeer erfelijk.

5) De oogkleur.
De ogen moeten bruin-zwart zijn. Gebruik dieren met een lichte oogkleur niet voor de fok.

6) Bevedering.
De poten van de krielen moeten bevedert zijn. Als deze ontbreekt is dit een ernstige fout. Ook op de middenteen moeten een aantal veertjes zitten. Er kan ook teveel bevedering aan de poten zitten en hierdoor kunnen gierhakken ontstaan. Gierhakken is tevens een fout.

7) Blauwe huidskleur.
De blauwe huidskleur van de kriel mag natuurlijk niet ontbreken maar dit lijkt mij overbodige informatie.

Voeding

In diverse boeken over kippen staat de juiste voeding beschreven die wij ook aan onze krielen kunnen verstrekken. Om deze reden heb ik niet zoveel toe te voegen over de voeding. Wel beschrijf ik hier hoe ik mijn kippen voed. Ik voer mijn kippen volgens het programma van Kasper Fauna Food. Dit merk heeft 4 verschillende voeders n.l. Gallus 1 t/m Gallus 4. Gallus 1 is opfokmeel voor kuikens van 0 tot 6 weken. Gallus 2 is opfokkorrel van 6 weken tot aan de leg. Gallus 3 is een onderhoudskorrel voor volwassen dieren buiten het broedseizoen. Gallus 4 is een foktoomkorrel voor in het broedseizoen.

sierhoender1a

sierhoender2a

Ik heb diverse merken voeders uitgeprobeerd en ben tot de conclusie gekomen dat dit voederprogramma het beste bij mijn kippen past.

Dagelijks geef ik al mijn dieren een handje graan. De kuikens krijgen pas graan als ze de opfokkorrel Gallus 2 goed opnemen.

Tentoonstellen

U heeft het plan opgevat om met uw zijdehoenkrielen naar de tentoonstelling te gaan. Het tentoonstellen van zijdehoenders vergt conditionering.
Dit conditioneren begint al ver voor het tentoonstellingsseizoen.

Het allerbelangrijkste zijn altijd schone hokken, vooral bij de witte krielen is het moeilijk om bruine aanslag aan de voetbevedering schoon te krijgen.
Deze aanslag ontstaat door teveel mest in de hokken. Tevens is het belangrijk niet teveel krielen per hok te huisvesten. Overbevolking veroorzaakt veren pikken, beschadiging aan de kuiven en natuurlijk vieze aanslag op het verenkleed.

Schone hokken betekent ook geen ongedierte. Veermijt, kuifluis en bloedluizen veroorzaken schade aan het verenpak. Soms hebben de krielen door omstandigheden toch luizen opgelopen. In de dierenwinkel zijn goede bestrijdingsmiddelen te koop in de vorm van spuitbussen en poeders.

De voeder- en waterbak kunnen ook schade aan het verenkleed veroorzaken. Vooral het kuifje van de hennetjes; de hennetjes hebben de neiging om hun kuif in de waterbak te dompelen. Voor eenmaal is dit geen probleem, maar is dit regelmatig gebeurd dan kan er geel-bruine aanslag in de kuif komen.
Deze aanslag is er zeer moeilijk uit te wassen. De voerbak kan het beste een open bakje zijn dus geen dakje erboven. Wanneer de kriel gaat eten moet de kuif vrij zijn. Als de kuif elke keer tegen een weerstand aan komt zal slijtage van de kuif optreden.

Conditioneren

De teennagels

De nagels van de kriel moeten voor de tentoonstelling worden geknipt. Het is verstandig om dit een week voor de tentoonstelling te doen. Het kan namelijk gebeuren dat de nagel per abuis iets te ver wordt afgeknipt. De nagel kan dan bloeden en bloedspetters op de voetbevedering veroorzaken. De nagel heeft ook nog een week nodig om te herstellen voordat u naar de tentoonstelling gaat.

De snavel

De bovensnavel van sommige krielen kan doorgroeien. Deze moet daarom worden geknipt. Kijk uit dat u niet in het ‘leven’ knipt, dit is pijnlijk voor het dier en kan vreselijk bloeden. Dit bloed kan op het verenkleed komen en dit willen we voorkomen.

Het wassen

Ik was mijn krielen altijd met baby-shampoo van Zwitsal. Soms gebruik ik als de voetbevedering bruine aanslag heeft een klein beetje Bio-Tex blauw.
Het handigste is om de kriel in eerst in handwarm water onder te dompelen zodat de kriel tot de huid toe nat is. Kijk natuurlijk uit dat het kopje niet onder water komt. Als de kriel goed nat is, kunt u deze inwrijven met shampoo. Wees niet te hardhandig omdat dit ten koste gaat van het verenkleed. Hierna de kriel goed uitspoelen zodat alle zeepresten weg zijn. Als de kriel erg vies is, kunt u de procedure nogmaals herhalen.

Sommige fokkers spoelen hun witte kriel na met een oplossing van blauwsel.
Ik ben hier een fel tegenstander van. Je ziet de blauwe kleur altijd weer terug op de kriel. Zorg dat uw krielen in schone hokken verblijven en fok zo wit mogelijke dieren.

Nu kunt u de kriel droogdeppen met een schone, droge handdoek. Niet wrijven omdat de veren dan los kunnen laten. Een kip die in bad gaat kan tijdens het baden vreemd gedrag gaan vertonen. Het lijkt of de kip in een shocktoestand komt. De kip de laat kop met ogen gesloten hangen en houdt zich klein, stil en slap. Als de kip weer droog is, zijn al deze verschijnselen weer verdwenen.

amzijdeHet drogen van de kriel gebeurt met de föhn. Per kriel moet u toch wel rekenen op ongeveer 30 minuten föhnen. Föhn tegen de veerrichting in en gebruik hierbij uw vingers en absoluut géén kam of borstel. Deze kunnen de veren beschadigen. Plaats het droge dier in een tochtvrij schoon hok. Het dier mag geen kou vatten want dan is het voor het verdere tentoonstellingsseizoen ongeschikt.

Mijn ervaring is dat u de kriel niet voor elke tentoonstelling hoeft te wassen.
De voetbevedering moet wel iedere keer worden gewassen. Vooral als u steeds met dezelfde dieren showt, zouden deze wasbeurten een te grote belasting zijn.

Tot Slot

Veel succes met het tentoonstellingsseizoen.

Gerben Stigter

Copyright ©  2018  PKV Nieuwkoop en Omstreken
Alle rechten voorbehouden.
Gemaakt door Rednose © 2015